Elk besluit in een overheidsopdracht — van de keuze van de procedure tot de gunning — wordt getoetst aan een reeks grondbeginselen. Deze beginselen vormen het juridische fundament van het hele aanbestedingsrecht en zijn verankerd in zowel het Europees als het Belgisch recht. Ze zijn niet louter theoretisch: inbreuken erop zijn de meest voorkomende reden om een gunningsbeslissing met succes aan te vechten.
De vijf kernbeginselen
1. Gelijke behandeling
Het beginsel van gelijke behandeling vereist dat alle inschrijvers dezelfde kansen krijgen en volgens dezelfde regels worden beoordeeld. De aanbesteder mag tijdens de procedure geen voordeel geven aan de ene inschrijver ten nadele van een andere.
In de praktijk betekent dit onder meer:
- Alle inschrijvers ontvangen dezelfde opdrachtdocumenten en dezelfde antwoorden op vragen.
- Dezelfde selectie- en gunningscriteria worden op identieke wijze toegepast.
- Als één inschrijver de kans krijgt om een ontbrekend document aan te vullen, moeten anderen in dezelfde situatie dezelfde kans krijgen.
- De evaluatiecommissie mag geen informatie gebruiken die slechts aan één partij is meegedeeld.
Het Hof van Justitie van de EU heeft herhaaldelijk bevestigd dat het gelijkheidsbeginsel de hoeksteen is van het overheidsopdrachtenrecht. Zelfs een onbedoelde ongelijke behandeling kan leiden tot nietigverklaring van de gunningsbeslissing.
2. Transparantie
Transparantie houdt in dat de aanbesteder op een open en voorspelbare manier handelt. De regels van het spel moeten vooraf bekendgemaakt worden en mogen niet gaandeweg worden gewijzigd.
Concreet:
- De selectie- en gunningscriteria worden in de opdrachtdocumenten vermeld, samen met hun relatieve gewicht of rangorde.
- De aanbesteder motiveert zijn beslissingen zodat inschrijvers kunnen nagaan of de regels correct zijn toegepast.
- Wijzigingen aan de opdrachtdocumenten worden tijdig en aan alle inschrijvers bekendgemaakt.
Transparantie is nauw verbonden met het recht op een doeltreffend beroep: zonder motivering kan een inschrijver niet beoordelen of een beroep zinvol is.
3. Non-discriminatie
Het non-discriminatiebeginsel verbiedt elke vorm van discriminatie op basis van nationaliteit. Dit is de Europese dimensie van het overheidsopdrachtenrecht: een Belgische aanbesteder mag een Nederlands of Frans bedrijf niet benadelen ten opzichte van een Belgisch bedrijf.
Het beginsel gaat verder dan nationaliteit. De aanbesteder mag geen technische specificaties formuleren die bepaalde producten of leveranciers bevoordelen, tenzij dit objectief gerechtvaardigd is door het voorwerp van de opdracht.
4. Proportionaliteit
Het proportionaliteitsbeginsel vereist dat de eisen van de aanbesteder in verhouding staan tot de aard en de omvang van de opdracht. Dit betreft zowel de selectie-eisen als de uitvoeringsvoorwaarden.
Voorbeelden van disproportionele eisen:
- Een omzeteis van 10 miljoen euro voor een opdracht van 200.000 euro.
- De eis van drie gelijkaardige referenties voor een uniek of innovatief project waarvoor nauwelijks referenties bestaan.
- Een borgsom van 10% bij een dienstencontract met laag risico.
Het proportionaliteitsbeginsel beschermt met name kmo’s: buitensporige eisen sluiten kleinere ondernemingen onnodig uit en beperken de mededinging.
5. Mededinging
Het beginsel van vrije mededinging vereist dat de aanbesteder voldoende concurrentie organiseert en geen kunstmatige belemmeringen opwerpt. De opdracht mag niet op maat worden geschreven voor één bepaalde inschrijver.
Concrete toepassingen:
- De aanbesteder mag de opdracht niet kunstmatig splitsen om onder de publicatiedrempels te blijven.
- Technische specificaties worden bij voorkeur functioneel geformuleerd, niet op basis van een specifiek merk of product.
- Bij verwijzing naar een norm of standaard voegt de aanbesteder steeds “of gelijkwaardig” toe.
- Onevenredige termijnen die slechts één speler kan halen, zijn in strijd met het mededingingsbeginsel.
Wettelijke verankering
Deze beginselen zijn op meerdere niveaus verankerd:
Europees. Artikel 18 van richtlijn 2014/24/EU codificeert de beginselen van gelijke behandeling, non-discriminatie, transparantie en proportionaliteit. Het mededingingsbeginsel vloeit voort uit het VWEU (Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie).
Belgisch. Artikel 4 van de wet van 17 juni 2016 herneemt de Europese beginselen en voegt specifiek het proportionaliteitsbeginsel toe. Artikel 5 verbiedt het kunstmatig opdelen van opdrachten om de toepassing van de wet te ontwijken.
Grondwettelijk. Het gelijkheidsbeginsel (artikelen 10-11 Grondwet) en het beginsel van behoorlijk bestuur ondersteunen de beginselen vanuit het Belgisch publiekrecht.
Toepassing in de praktijk
Bij het opstellen van het bestek
De beginselen spelen al een rol bij de redactie van het bestek. Een bestek dat disproportionele eisen stelt, discriminerende specificaties bevat of onduidelijke gunningscriteria formuleert, is kwetsbaar voor betwisting — zelfs vóór de gunning.
Bij de evaluatie
De evaluatiecommissie moet aantoonbaar dezelfde criteria op dezelfde manier toepassen op alle offertes. Een evaluatierapport dat onvoldoende motiveert waarom offerte A hoger scoort dan offerte B, schendt het transparantiebeginsel.
Bij de gunningsbeslissing
De motiveringsplicht (artikel 29 van de wet) is een directe toepassing van het transparantiebeginsel. De niet-gekozen inschrijver moet voldoende informatie ontvangen om te kunnen beoordelen of een beroep zinvol is.